Methodiek Keuzegids Masters 2019

In de Keuzegids Masters 2019 vind je heel veel informatie over hbo- en wo Masters. Waar komt al die informatie vandaan? En hoe komen de oordelen tot stand? Op deze pagina leggen we het je uit. Eerst globaal, en voor de echte die-hards ook tot in de kleinste details. 

Waar komt de informatie uit de Keuzegids vandaan?

Wij werken met informatie uit betrouwbare bronnen, zoals de studentenoordelen uit de Nationale Studenten Enquête (NSE), arbeidsmarktcijfers van het Researchcentrum voor Onderzoek en Arbeidsmarkt (ROA) en rapporten van de accreditatieorganisatie NVAO.

Die cijfers selecteren en bewerken wij vervolgens zelf. Daarbij vinden we het belangrijk dat de cijfers vergelijkbaar zijn, en dat ze relevant zijn voor studiekiezers. Voor de studentenoordelen kijken wij naar de concrete vragen uit de NSE, bijvoorbeeld over de docenten of de praktijkgerichtheid. Algemene vragen zoals ‘zou je de opleiding aanraden aan anderen’ vallen af.

Welke opleidingen?

In deze gids zijn alle hbo-bacheloropleidingen opgenomen die aan drie voorwaarden voldoen:

  • Ze waren op 5 maart 2019 opgenomen in het landelijke register croho (zie www.duo.nl)
  • Ze hadden op die datum een geldige NVAO-accreditatie die doorliep tot tenminste medio 2019
  • Ze worden daadwerkelijk per september 2019 aangeboden

Hoe komen de oordelen uit de Keuzegids tot stand?

Elke opleiding wordt in de Keuzegids op verschillende aspecten beoordeeld. De studentenoordelen tellen voor 80 % mee. Daarnaast kijken we naar expertoordelen van de accreditatieorganisatie NVAO (20 %).

In de Keuzegids kijken we naar relatieve scores. We laten dus per aspect (studentenoordelen en expertoordelen) zien of een opleiding op-, onder-, of bovengemiddeld scoort ten opzichte van het landelijk gemiddelde in het hbo.

Dat kun je onder andere zien aan de symbolen in de tabel. Aan het symbool ‘o’ zie je: de opleiding scoort rond het gemiddelde. Een plusje betekent bovengemiddeld en een minnetje ondergemiddeld. De symbolen lopen van – – – tot ++.

Alle plusjes en minnetjes bij elkaar leiden tot een totaalscore tussen de 0 en de 100 punten. Als een opleiding op alle aspecten gemiddeld scoort, krijgt hij 60 punten. Met elk minnetje of plusje gaan er punten af of komen er punten bij.

De totaalscore wordt daarnaast uitgedrukt in nul tot vijf sterren. Twee sterren is gemiddeld, bij vier of vijf sterren noemen we het een ‘topopleiding’. Dit is ook te herkennen aan de medaille:medaille

Verschil met de NSE

De Keuzegids kijkt naar relatieve scores, de NSE niet. Dus als een opleiding in de NSE redelijk scoort op begeleiding, kan het zijn dat er in de Keuzegids toch een minnetje wordt genoteerd, omdat de gemiddelde score in het hbo voor begeleiding toch hoger ligt.

Wil je meer weten over hoe de gids werkt? Ga dan naar de Leeswijzer. Klik op de onderstaande kopjes om per cijfer in de Keuzegids te zien hoe deze tot stand komt. 

Hoe de scores precies worden berekend, wordt hieronder in detail uitgelegd. Klik op het juiste kopje voor meer informatie.


 


Feiten

Naast de prestaties en de oordelen willen we ook graag wat vertellen over de feiten van een opleiding. Wordt de opleiding bijvoorbeeld ook in deeltijd of duaal aangeboden? En hoeveel kost het nou eigenlijk om te studeren? Deze feitjes hebben we voor je uitgezocht. Hiervoor doen we voornamelijk zelf onderzoek. Via de database van studiekeuze123 kunnen wij elk moment bekijken welke opleidingen op dit moment actueel zijn. Hierbij kunnen we meteen zien in welke vormen de opleiding wordt aangeboden.
Voor het collegegeld en de instroom moeten we iets dieper graven.

Weer naar boven

 


Thema’s

Voor de thema’s doen wij eigen onderzoek op de websites van opleidingen.

 


% Internationale studenten

Deze cijfers komen van DUO ‘1 cijfer H.O.’, bewerking Nuffic/CHOI. Wanneer het om minder dan 5 internationale studenten gaat (0-4 studenten) is alléén bij opleidingen met N> 100 een percentage < 5% weergegeven, en alléén bij opleidingen met N> 400 een percentage < 1% weergegeven. Bij kleinere opleidingen is ‘nb’ weergegeven. ‘nb’ omvat ook opleiden waarvan geen gegevens bekend zijn.

Weer naar boven

 


Collegegeld

Deze gegevens heeft de gidsredactie systematisch verzameld bij de betreffende particuliere scholen.

standaard
Vermeld is het tarief voor voltijdstudenten in hun ‘eerste studie’ in studiejaar 2018/2019. Bij de bekostigde hogescholen is dit vrijwel steeds het wettelijk collegegeld. Dit is 2083 euro. In enkele gevallen mogen bekostigde instellingen van dit tarief afwijken.

tweede studie
Instellingscollegegeld, geldt voor studenten die al een mastergraad behaald hebben. uitzonderingen zijn studenten die voor de eerste keer een master in de zorg of het onderwijs volgen (daarvoor geldt het standaard tarief).

Weer naar boven

 


Instroom

De gegevens komen uit het landelijke 1CHO-bestand (‘1 cijfer H.O.’). Wij haalden deze cijfers dit jaar uit de landelijke studiekeuzedatabase van Studiekeuze123. Bij opleidingen waar instroomcijfers ontbraken (Open Universiteit, Nyenrode, of door databasefouten) zijn ze geraamd op grond van populatiecijfers uit de Nationale Studentenenquête.

Weer naar boven

 


Tracks

Voor de thema’s doen wij eigen onderzoek op de websites van opleidingen.

Weer naar boven

 


Toelating

Hier lees je wat de termen in het selectieblok van de mastervergelijker betekenen. Alle informatie over selectie is van toepassing op studenten met een bachelor behaald aan een Nederlandse universiteit of hogeschool.

Directe toelating

Geldt als je drempelloos wordt toegelaten met een bachelor die voldoende aansluit op de master. Voor een wo-master is in principe altijd een wo-bachelor nodig, tenzij anders vermeld.

  • Aansluitende bachelor: je wordt direct toegelaten met een bachelor bij dezelfde universiteit, of bij een specifiek genoemde andere universiteit.
  • Passende bachelor: je wordt direct toegelaten met een bachelor die inhoudelijk voldoende aansluit op de master (kan van dezelfde, of van een andere universiteit zijn). Bij hbo-masters omvat passende bachelor ook relevante werkervaring. Het aantal jaren werkervaring dat wordt gevraagd verschilt per opleiding.
  • Passend werk: je wordt direct toegelaten als je werk/werkervaring hebt, die aansluit bij de inhoud van de opleiding.
  • Passende master: je wordt direct toegelaten met een master die inhoudelijk voldoende aansluit op de (‘advanced’ of ‘professional’) master.

Indirecte toelating

Geldt bij selectie of loting, als vooropleiding wordt gechecked door een commissie, of als een premaster voorwaarde is voor toelating.

  • Via check: zie uitleg ‘toelating via check’
  • Selectie: zie selectie-eisen
  • NF selectie: er is plek voor een beperkt aantal studenten die worden geselecteerd o.b.v. geschiktheid. Zie selectie-eisen
  • NF gewogen loting: er is plek voor een beperkt aantal studenten. Je wordt (vaak o.b.v. cijfergemiddelde) ingedeeld in een lotingsklasse. In de hoogste klasse maak je de meeste kans.
  • NF loting: er is plek voor een beperkt aantal studenten. Iedereen maakt evenveel kans om te worden ingeloot.
  • Pre-master: pre-master is voor hbo- én wo-studenten, tenzij anders vermeld. Een premaster geeft bij selectiestudies geen directe toegang, tenzij anders vermeld.


Toelating via check

Geldt als een commissie beoordeelt in hoeverre de vooropleiding / ervaring voldoende aansluit. Hierna word je alsnog drempelloos toegelaten. Meestal wordt er gekeken naar vooropleiding, soms ook naar kwaliteiten, vaardigheden of naar werkervaring.


Specifieke selectie-eisen

Geldt voor selectieve studies. Bijvoorbeeld: cijfer-eis, assessment of interview. Motivatie, cv, kwaliteiten e.d. worden als ‘standaard’ beschouwd en daarom niet specifiek genoemd. Bij selectie wordt ook altijd gechecked of de vooropleiding voldoende aansluit. Als er behalve standaard-eisen geen andere selectiecriteria worden genoemd, wordt ‘alleen standaard eisen’ vermeld. Als de selectiecriteria helemaal niet worden toegelicht, wordt dit als ‘onbekend’ aangemerkt.


Taaleisen

Bij ‘Ja’ geldt een taaleis voor studenten met een bachelor aan een Nederlandse universiteit, in de vorm van een taaltoets zoals IELTS of TOEFL. Vrijstellingen vaak mogelijk (bijv. voor Engelstalige bachelors). Als er niets is ingevuld kan het zijn dat je als hbo’er nog wel moet kunnen aantonen dat je Engels op vwo-niveau beheerst.




Weer naar boven

 


Overige feiten

de informatie over de opleidingsvorm, aantal studiepunten, mastertitel, opleidingscode en website halen wij uit de landelijke studiekeuzedatabase van Studiekeuze123. Deze informatie checken wij vervolgens op de websites van de opleidingen, waarbij we ook het startmoment, de voertaal en de overige lege plekken invullen.

Voertaal

Voor de voertaal doen wij eigen onderzoek op de websites van opleidingen. De gegevens uit landelijke bronnen (croho-register, studiekeuzedatabase) blijken namelijk niet volledig en correct.

  • en als de opleiding vanaf het begin Engelstalig is (deels Engelse literatuur telt niet als Engels)
  • nl als de opleiding hoofdzakelijk Nederlandstalig is
  • nl/en als er keus is tussen een Nederlands- en een Engelstalige stroom.

 

Weer naar boven

Oordelen

Het gedeelte ‘oordelen’ behandelen we in drie delen: contacturen, studentenoordelen en expertoordelen. 



Weer naar boven

Studentenoordelen


De studentenoordelen zijn gebaseerd op resultaten van de Nationale Studenten Enquête (NSE) 2016 t/m 2018. Het betreft eigen selecties en bewerkingen van deze oordelen, afkomstig uit het “landelijk benchmarkbestand” van de NSE. Daarom zijn de oordelen niet per definitie hetzelfde zoals bij andere publicaties van de NSE (bijvoorbeeld zoals op de website Studiekeuze123).

Wij geven hier de essentie van onze bewerkingen en normen weer. Voor instellingen die interesse hebben in gedetailleerde rapportage over sterke en zwakke punten van opleidingen (inclusief meerjarige trend) bestaat de mogelijkheid om hier speciale benchmarkrapporten te bestellen.

Onze bewerking van de masteroordelen omvat de volgende stappen:

  1. Selectie van 39 representatieve vragen, met optimale aansluiting op vragen uit het verleden,
  2. Berekening van gemiddelde vraagscores per opleiding,
  3. Landelijke gemiddeldes van alle wo-masters en hbo-masters per vraag – met populatieweging. Elke opleiding telt net zo zwaar als hij groot is,
  4. Schrappen of bundelen van oordelen met te kleine steekproef (n < 10) of te grote onbetrouwbaarheid (betrouwbaarheidsmarge van maximaal 0,30),
  5. Ordening in 8 thema’s + berekening van themascores per opleiding/groep opleidingen,
  6. Bepaling klassengrenzen per hoofdthema, voor +/- scores in de Keuzegids. Inclusief controle van de kansverdeling,
  7. Publicatie van tabellen met  +/- scores.

Omdat we zo betrouwbaar mogelijk willen zijn, hanteren wij andere normen in stap 4 dan de officiële rapportages over de Nationale Studenten Enquête. Dit kan inhouden dat een opleiding bij ons geen oordeel krijgt op basis van de door ons gehanteerde normen, maar deze wel een oordeel heeft op de website Studiekeuze123.

In stap 1 en 5 proberen wij uit een veelheid aan enquêtevragen de essentie over onderwijskwaliteit te destilleren – en wel zodanig, dat dit ook aansluit op kwaliteitsthema’s uit het verleden.

Hierna focussen wij op de thema-indeling en de klassengrenzen. Allereerst de selectie en thema-indeling van enquêtevragen:

Studentenoordelen Keuzegids Masters 2019: de thema-indeling
Hoofdthema Vraagnummer Korte formulering
 1. PROGRAMMA: 10%  Inh-1  Niveau van de stof
 Inh-4  Onderwijs stimulerend
 Inh-6  Samenhang programma
 Inh-7  Gehanteerde werkvormen
 Uitd_01  Uitgedaagd het beste uit jezelf te halen
 2. TOETSING: 10%  Toe-1  Duidelijke criteria
 Toe-2  Aansluiting op de stof
 Toe-4  Toetsing kennis/inzicht
 Toe-5  Toetsing vaardigheden
 3. DOCENTEN: 10%  Doc-1  Docenten deskundig
 Doc-2  Didactische kwaliteit docenten
 Doc-5  Begeleiding door docenten
 Doc-6  Feedback van docenten
 4. WETSCH. VORMING: 10%
 (HBO: “onderzoek”)
 Wetv-2  Kritisch beoordelen van publicaties
 Wetv-4  Schrijven van wetenschappelijke artikelen
 Wetv-5  Methoden en technieken v. onderzoek.
 Wetv-7  Zelf onderzoek doen *
 5a PRAKTIJKGERICHTHEID: 10%
 Algemene vaardigheden
 AlV-1  Kritische houding gestimuleerd
 AlV-3  Probleemoplossend vermogen
 AlV-4  Onderbouwen conclusies
 AlV-7  Argumenteren **
 5b PRAKTIJKGERICHTHEID: 10%
 Voorbereiding beroep
 VbB-1  Opdoen van beroepsvaardigheden
 VbB-2  Praktijkgerichtheid
 VbB-3  Contact beroepspraktijk
 6. STUDEERBAARHEID: 10%  Slast-1  Spreiding studielast over ’t jaar
 Slast-2  Haalbaarheid deadlines
 Slast-4  Mogelijkh. onvertraagd studeren
 Roost-3  Studierooster studeerbaar?
 Info-2  Informatie studievoortgang
 Info-5  Tijdige uitslagen toetsen
 7. BEGELEIDING: 10%  Sbe-4  Beschikbaarh. studiebegeleiding
 Sbe-5  Kwaliteit studiebegeleiding
 Doc-3  Bereikbaarheid docenten
 Doc-4  Docenten betrokken bij stud
 8. FACILITEITEN: 10%  Sfa-1  Kwal. onderwijsruimten
 Sfa-3  Werkplekken zelfstudie
 Sfa-5  Bibliotheek
 Sfa-6  ICT-faciliteiten
 Sfa-7  Digitale leeromgeving
 *) bij hbo-masters vervangen door Wetv-1: “analytisch denken”
 **) bij hbo-masters vervangen door AlV-6: “samenwerken”

De scores per thema zijn gebaseerd op het gemiddelde van de onderliggende vraagscores. Elk thema telt even zwaar mee in de beoordeling. Samen bepalen de acht thema’s voor 80% de totaalscore van een opleiding. De overige 20% wordt bepaald door het expertoordeel uit de accreditatiebesluiten. Zie ook de berekening voor de totaalscore verderop deze pagina.

Alle studentenoordelen per master worden steeds vergeleken met het landelijke gemiddelde. Voor universitaire masters is dat het gemiddelde van alle oordelen over wo-masters. In het hbo is dat het gemiddelde van alle oordelen over hbo-masters. Hier geven wij de gemiddelde scores en standaarddeviaties (van opleidingsscores) per hoofdthema.

Normen studentenoordelen Keuzegids Masters 2019
Wo-masters Hbo-masters
 Thema Gemidd (x) Stdev (d) Gemidd (x) Stdev (d)
 Programma 3,86 0,28 3,85 0,30
 Toetsing 3,77 0,27 3,66 0,32
 Docenten 3,92 0,27 3,89 0,32
 Wet. vorming/ Onderzoek 3,90 0,35 3,76 0,29
 Praktijkgerichtheid 3,64 0,32 3,83 0,27
 Studeerbaarheid 3,65 0,28 3,57 0,30
 Begeleiding 3,84 0,29 3,86 0,31
 Faciliteiten 3,63 0,32 3,65 0,34

Deze gemiddeldes vormen de basis voor de beoordeling in de Keuzegids; in de gids worden de verschillen zichtbaar gemaakt. Elke kwaliteitsklasse is 1 standaarddeviatie breed. De klassengrenzen voor het bepalen van de scores in de Keuzegids masters zien er dan als volgt uit:

Voorbeeld klassengrenzen: thema ‘Programma’ (WO-masters)
Score 0 1 2 3 4 5
 Gebruikt symbool – – – – – o + ++
 Waarden < 3,181 3,181 – 3,453 3,453 – 3,725 3,725 – 3,997 3,997 – 4,268 > 4,268
 Algemene formules klassengrenzen
 Formule ondergrens nvt x – 2,5d x – 1,5d x – 0,5d x + 0,5d x + 1,5d
 Formule bovengrens x – 2,5d x – 1,5d x – 0,5d x + 0,5d x + 1,5d nvt

Voor alle hoofdthema’s geldt een vergelijkbare kansverdeling van de verschillende scores. Gerekend in aantallen studenten is deze kansverdeling symmetrisch, maar als we naar opleidingen kijken is hij scheef. Dat komt doordat kleinere opleidingen vaker bovengemiddelde scores behalen.
Bij meerjarige bundeling bij opleidingen met (te) kleine studentenaantallen berekenen wij waar mogelijk een gemiddeld oordeel over twee of drie enquêtejaren. Deze oordelen worden aan dezelfde normen onderworpen als die van louter 2018.

Weer naar boven


Expertoordelen


De ‘expertoordelen’ in de Keuzegids Masters bevatten de directe weergave van scores uit accreditatiebesluiten van de NVAO, die weer gebaseerd zijn op visitatierapporten per opleiding.
Wij gebruiken uit de accreditatiebesluiten twee themascores, die in alle soorten rapporten terug te vinden zijn. In onderstaand schema geven we aan welke thema’s het betreft.

De criteria uit de NVAO-accreditatiebesluiten
Nr Onze kolomtitel Thema uit nieuwe “Beperkte Toets” NVAO Nr uitgebreide toets
 1  Ambitie  Beoogde eindkwalificaties  1
 3  Toetsing en eindniveau  Toetsing en gerealiseerde eindkwalificaties *  16
*) Bij de meest recente accreditaties zijn dit twee aparte oordelen. In dat geval nemen wij het gemiddelde van beiden.

Deze onderwerpen worden in de NVAO-besluiten beoordeeld met ‘onvoldoende’, ‘voldoende’, ‘goed’ of ‘excellent’. Deze scores coderen wij als 2 (-), 3 (o), 4 (+) en 5 (++).  De betreffende scores worden één op één gepresenteerd en meegeteld in het totaaloordeel over de opleiding.

Doordat de meest recente accreditaties twee aparte oordelen hebben voor ‘Toetsing en eindniveau’ kan dit onderwerp op een gemiddelde score van 2,5 of 3,5 uitkomen. Deze coderen wij als 2,5 (o -) en 3,5 (o+).

 

Weer naar boven

Totaalscore/ oordeel

De tabellen staan vol plusjes, minnetjes en o’tjes, die aangeven of een opleiding beter, slechter of gelijk aan de gemiddelde hbo-opleiding scoort. Ook zie je het eindoordeel uitgedrukt in nul tot vijf sterren. Bovendien zijn opleidingen met een eindoordeel van 75 punten of meer ‘topopleiding’. Dit kun je zien aan een medaille voor de tabel.

Kijk bij de tabellen niet puur naar welke opleiding bovenaan staat. Je kunt namelijk ook zien hoeveel kwaliteitsverschil er is tussen de opleidingen. Zo kan een opleiding als laatste eindigen en toch prima onderwijs bieden of kunnen juist alle opleidingen, inclusief de opleiding die bovenaan staat, van mindere kwaliteit zijn.


Totaalscore


Samengevoegd zijn er nu 10 thema’s: 8 vanuit de Nationale Studenten Enquête van Studiekeuze123 (programma t/m faciliteiten) en 2 vanuit de NVAO accreditatierapporten (ambitie en toetsing & eindniveau). Al deze thema’s tellen even zwaar mee.

Voor de ranglijsten van deze Keuzegids zijn originele gegevens omgerekend naar een 6-puntsschaal, die loopt van (- – -) via o tot (++).

Dit houdt in dat elk thema een score krijgt met een waarde tussen de 0 (- – -) en de 5 (++). Waarbij de 3 (o) voor een neutrale score staat.

  • Totaalscore = Totaal van alle themascores * 2

Het resultaat is een cijfer op een schaal van 0 tot 100. De gemiddelde opleiding scoort ongeveer 60 punten.


Totaaloordeel


Het totaaloordeel is een afgeleide van de totaalscore. Hoe hoger de score, hoe hoger het oordeel.
De classificatie van het oordeel is als volgt:

Classificatie totaaloordeel
 Totaalscore  Classificatie  Oordeel
< 46  zwak ☆☆☆☆☆
46 – 55  matig ★☆☆☆☆
56 – 65  voldoende ★★☆☆☆
66 – 75  goed ★★★☆☆
76 – 85  zeer goed ★★★★☆
> 85  uitstekend ★★★★★

 

Weer naar boven

Arbeidsmarkt

Bij elk vakartikel in de Keuzegids vind je cijfers over de baankansen na je studie. Ze komen uit de grote enquête onder pas (sinds 1,5 jaar) afgestudeerden, de Nationale Alumni Enquête (NAE) van de VSNU. Wij wilden die gegevens zo verwerken dat je een eerlijke vergelijking tussen de studies krijgt. Dat gaat niet vanzelf, maar met steun van het onderzoeksinstituut ROA van de Universiteit Maastricht is dat toch gelukt. Hier een uitleg over de hoofdpunten.

De gegevens ‘bruto maandinkomen’ en ‘goed voorbereid op werk’ zijn gebaseerd op de Nationale Alumni Enquête (NAE) 2017 van de vereniging van universiteiten (VSNU). Dit is een enquête onder afgestudeerde masters. Op ons verzoek zijn deze gegevens door het Researchcentrum Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) terugvertaald naar de verwante bachelorstudies. De “baankans tot 2022” betreft de tweejaarlijkse prognoses van het ROA, geactualiseerd in oktober 2018. In december 2019 verschijnen nieuwe prognoses.

 

Weer naar boven

Ranking in artikel “De beste instellingen”

Voorin deze Keuzegids staan ook ranglijsten met totaalscores voor complete instellingen. Maar hoe kan je instellingen met een heel verschillend studie-aanbod op een eerlijke manier met elkaar vergelijken? Dat wordt gedaan met een speciale berekening:

  • Instellingsscore = 60 +/- afwijkingsscore

Er is gekozen voor de neutrale score van 60, omdat dit de totaalscore is wanneer je op elk thema een “o” scoort: de ultieme gemiddelde score.
De instellingscore en de totaalscore van de opleidingen hebben zo een vergelijkbare scoring.

De afwijkingsscore wordt als volgt berekend:

  • Stap 1 opleidingen vergelijken met verwante opleidingen.

Er wordt eerst per opleiding van de betreffende instelling gekeken hoe deze scoort vergeleken met het landelijke gewogen gemiddelde.
Een gewogen gemiddelde houdt in dat er bij het berekenen van het gemiddelde rekening gehouden wordt met de grootte van, in dit geval, de opleiding.

Bijv. de opleiding geneeskunde van instelling X scoort 66 punten, 4 punten onder het Geneeskunde-gemiddelde.

  • Stap 2 Elke opleiding weegt zo zwaar als hij groot is.

Het verschil hierin wordt vermenigvuldigd met het aantal studenten die deze opleiding volgt.

Bijv. de opleiding geneeskunde heeft 1000 studenten. 1000 *- 4 = – 4000. In stap 2 krijgt de master geneeskunde – 4000 punten.

  • Stap 3 Alle opleidingen worden opgeteld.

De punten van alle opleidingen van de betreffende instelling worden bij elkaar opgeteld.

Bijv. instelling X heeft drie opleidingen:
De opleiding geneeskunde scoort 66 punten, 4 punten onder het gemiddelde. Er zijn 1000 studenten.

– De opleiding communicatie scoort 68 punten, 6 punten boven het gemiddelde. Er zijn 500 studenten.
– De opleiding psychologie scoort 64 punten, 4 punten boven het gemiddelde. Deze opleiding telt 2000 studenten.

– Genees: – 4 x 1000 = – 4000 punt
– Comm: + 6 x 500 = + 3000 punt
– Psych: + 4 x 2000 = + 8000 punt

Totaal: – 4000 + 3000 + 8000 = 7000 punten

  • Stap 4 De afwijkingsscore wordt berekend.

Om op een gewogen afwijkingsscore te komen, wordt in de laatste stap het totaal gedeeld door het aantal studenten van alle opleidingen van de instelling.

Bijv. bovenstaande universiteit heeft 7000 punten in totaal en 3500 studenten verdeeld over de opleidingen.
7000 / 3500 = 2.
De afwijkingsscore = + 2.
De instellingsscore = 60 + de afwijkingsscore, dus voor instelling X is de instellingsscore 62.



Weer naar boven