Methodiek Keuzegids Hbo 2019

In de Keuzegids Hbo 2019 vind je heel veel informatie over hbo-opleidingen. Waar komt al die informatie vandaan? En hoe komen de oordelen tot stand? Op deze pagina leggen we het je uit. Eerst globaal, en voor de echte die-hards ook tot in de kleinste details. 

Waar komt de informatie uit de Keuzegids vandaan?

Wij werken met informatie uit betrouwbare bronnen, zoals de studentenoordelen uit de Nationale Studenten Enquête (NSE), arbeidsmarktcijfers van het Researchcentrum voor Onderzoek en Arbeidsmarkt (ROA), studiesuccescijfers van de Vereniging Hogescholen en rapporten van de accreditatieorganisatie NVAO.

Die cijfers selecteren en bewerken wij vervolgens zelf. Daarbij vinden we het belangrijk dat de cijfers vergelijkbaar zijn, en dat ze relevant zijn voor studiekiezers. Voor de studentenoordelen kijken wij naar de concrete vragen uit de NSE, bijvoorbeeld over de docenten of de praktijkgerichtheid. Algemene vragen zoals ‘zou je de opleiding aanraden aan anderen’ vallen af.

Welke opleidingen?

In deze gids zijn alle hbo-bacheloropleidingen opgenomen die aan drie voorwaarden voldoen:

  • Ze waren op 15 september 2018 opgenomen in het landelijke register croho (zie www.duo.nl)
  • Ze hadden op die datum een geldige NVAO-accreditatie die doorliep tot tenminste medio 2019
  • Ze worden daadwerkelijk per september 2019 aangeboden

Hoe komen de oordelen uit de Keuzegids tot stand?

Elke opleiding wordt in de Keuzegids op verschillende aspecten beoordeeld. De studentenoordelen tellen voor 70 % mee. Daarnaast kijken we naar studiesuccescijfers (20 %) én naar expertoordelen van de accreditatieorganisatie NVAO (10 %).

In de Keuzegids kijken we naar relatieve scores. We laten dus per aspect (studiesucces, studentenoordelen en expertoordelen) zien of een opleiding op-, onder-, of bovengemiddeld scoort ten opzichte van het landelijk gemiddelde in het hbo.

Dat kun je onder andere zien aan de symbolen in de tabel. Aan het symbool ‘o’ zie je: de opleiding scoort rond het gemiddelde. Een plusje betekent bovengemiddeld en een minnetje ondergemiddeld. De symbolen lopen van – – – tot ++.

Alle plusjes en minnetjes bij elkaar leiden tot een totaalscore tussen de 0 en de 100 punten. Als een opleiding op alle aspecten gemiddeld scoort, krijgt hij 60 punten. Met elk minnetje of plusje gaan er punten af of komen er punten bij.

De totaalscore wordt daarnaast uitgedrukt in nul tot vijf sterren. Twee sterren is gemiddeld, bij vier of vijf sterren noemen we het een ‘topopleiding’. Dit is ook te herkennen aan de medaille:medaille

Verschil met de NSE

De Keuzegids kijkt naar relatieve scores, de NSE niet. Dus als een opleiding in de NSE redelijk scoort op begeleiding, kan het zijn dat er in de Keuzegids toch een minnetje wordt genoteerd, omdat de gemiddelde score in het hbo voor begeleiding toch hoger ligt.

Wil je meer weten over hoe de gids werkt? Ga dan naar de Leeswijzer. Klik op de onderstaande kopjes om per cijfer in de Keuzegids te zien hoe deze tot stand komt. 

Hoe de scores precies worden berekend, wordt hieronder in detail uitgelegd. Klik op het juiste kopje voor meer informatie.


 


Feiten

Naast de prestaties en de oordelen willen we ook graag wat vertellen over de feiten van een opleiding. Wordt de opleiding bijvoorbeeld ook in deeltijd of duaal aangeboden? En hoeveel kost het nou eigenlijk om te studeren? Deze feitjes hebben we voor je uitgezocht. Hiervoor doen we voornamelijk zelf onderzoek. Via de database van studiekeuze123 kunnen wij elk moment bekijken welke opleidingen op dit moment actueel zijn. Hierbij kunnen we meteen zien in welke vormen de opleiding wordt aangeboden.
Voor het collegegeld en de instroom moeten we iets dieper graven.

 


Collegegeld

Vermeld is het tarief voor voltijdstudenten in hun ‘eerste studie’ in studiejaar 2018/2019. Bij de bekostigde hogescholen is dit vrijwel steeds het wettelijk collegegeld. Dit is 2078 euro. In enkele gevallen mogen bekostigde instellingen van dit tarief afwijken. Dan is dit vermeld. Bij particuliere opleidingen varieert de prijs van een jaar studeren van 2.000 tot 16.000 euro. Deze gegevens heeft de gidsredactie systematisch verzameld bij de betreffende particuliere scholen.

 


Instroom

Deze cijfers, met peildatum 1 oktober 2017, zijn voor het bekostigde hbo afkomstig van de Vereniging Hogescholen. De VH heeft ze gebaseerd op door DUO gecontroleerde registratiebestanden – het zogenaamde 1CHO. De cijfers betreffen primair de voltijdopleidingen. Bij opleidingen die louter in deeltijd of duaal worden aangeboden, is voor zover beschikbaar het aantal eerstejaars in de betreffende variant vermeld. Wij hebben alleen de ‘echte’ eerstejaars meegeteld; dat zijn studenten die niet al eerder aan een (andere) hbo-opleiding begonnen waren. De genoemde bronbestanden van de VH bevatten geen instroomcijfers van particuliere hogescholen. Deze leemte is op twee manieren zo goed mogelijk opgevuld:

  • Een kleine groep particuliere hogescholen leverde de cijfers zelf  (TIO, TMO, Da Vinci, Notenboom)
  • Bij andere opleidingen, als ze deelnamen aan de Nationale Studenten Enquête, is een schatting van de instroom op basis van populatie-aantallen gemaakt.

Weer naar boven

 


Prestaties

Eerst beoordelen we de prestatiecijfers. ‘Survival eerste jaar’ laat het aantal studenten zien dat zich inschrijft voor het tweede jaar. Onder diploma na 5 jaar zie je hoeveel studenten binnen vijf jaar afstuderen- de officiële vier jaar, plus een jaar uitloop.

 


Survival eerstejaar

Dit betreft de ‘niet uitval’ in het eerste jaar. Hiervoor hebben wij een maatstaf ontwikkeld die het succes in het eerste jaar goed weergeeft.  We kijken niet zwartwit naar wel/niet doorgaan met studeren, maar wegen ook mee wáár de studenten doorstuderen. Doorgaan in dezelfde studie is het beste, omzwaaien naar een niet verwante studie telt voor 30% succes. Want dat is nog altijd beter dan helemaal stoppen met studeren. Het draait hier om de voltijd eerstejaars van 2016, die aan een eerste studie begonnen.

Wegingspercentage succes eerste jaar
 Type situatie in jaar 2 % succes
 Zelfde studie en school 100%
 Verwante studie, zelfde school 60%
 Zelfde studie, elders 40%
 Verwante studie, elders 40%
 Niet-verwante studie 30%
 Overstap naar WO 100%

Elke opleiding krijgt plussen en minnen toegekend, volgens onderstaande normen:

Norm studiesucces Keuzegids Hbo 2019
Score Symbool Survival 1e jr
0 – – – tot 51%
2 – – tot 60%
4 tot 69%
6 o tot 78%
8 + tot 87%
10 ++ v.a. 87%

 

Weer naar boven

Diploma na 5 jaar

Dit is het percentage van alle voltijd eerstejaars dat na vijf jaar een hbo-diploma heeft behaald, ook als dat bij een andere opleiding is. Hier tellen we wel alle studiecarrières even zwaar. Een opleiding waar veel studenten volledig afhaken, wordt nu dus door de combinatie van criterium (a) en (b) strenger beoordeeld dan één waar studenten met succes overstappen naar een andere studie. Ook hier zijn de gegevens gebruikt van de meest recente jaargangen. De laatste betreft de eerstejaars van 2012, die in september 2017 vijf jaar gestudeerd hadden.

Elke opleiding krijgt plussen en minnen toegekend, volgens onderstaande normen:

Norm studiesucces Keuzegids Hbo 2019
Score Symbool Diploma na 5jr
0 – – – nvt
2 – – tot 28%
4 tot 42%
6 o tot 56%
8 + tot 70%
10 ++ v.a.70%

 

Weer naar boven

Oordelen

Het gedeelte ‘oordelen’ behandelen we in drie delen: contacturen, studentenoordelen en expertoordelen. 


Weer naar boven

Contacturen

Het oordeel over contacturen laat de tevredenheid van studenten over de intensiteit van de opleiding zien: krijgen ze genoeg contacturen of mag het wel een tandje meer (of minder)?

Hier baseren wij ons op een combinatie van twee gegevens uit de Nationale Studenten Enquête:

  • De schatting die studenten zelf geven van het aantal uren per week dat ze contact met een docent hebben gehad. Studenten geven dit aan in grove categorieën.
  • Het antwoord van studenten of ze dit aantal uren (te) weinig, precies goed of (te) veel vinden.

Alle oordelen zijn steeds vergeleken met het landelijke HBO-gemiddelde. Hier geven wij de klassengrenzen per hoofdthema. De scores zijn weliswaar afgeleid van de 5-puntsschaal van de Nationale Studenten Enquête, maar in de Keuzegids worden de verschillen inzichtelijk gemaakt. Elke kwaliteitsklasse is daarbij 0,2 tot 0,3 punt breed. Deze klassenbreedte is ontleend aan de standaarddeviaties en betrouwbaarheidsmarges van alle oordelen.

Normen contacturen Keuzegids HBO 2019
Oordeel  Gemidd.  St. Dev.  – – – – – o + + + * (1)
 Contacturen 2,93 0,38 < 1,975 1,975 – 2,354 2,355 – 2,734 2,735 – 3,114 3,115 – 3,494 3,495 – 3,874 > 3,874
 1) Zeer hoge aantallen contacturen zijn minder gunstig. Dit tellen wij als ‘enkele plus’



Weer naar boven

Studentenoordelen


De studentenoordelen zijn gebaseerd op resultaten uit de Nationale Studenten Enquête (NSE) die studenten jaarlijks invullen. De Keuzegids heeft zelf een set vragen gekozen uit de NSE die volgens ons het meest gaan over de kwaliteit van het onderwijs. Die hebben we in zes thema’s onderverdeeld: inhoud, toetsing, docenten, vaardigheden, voorbereiding loopbaan en faciliteiten. In de tabel hieronder zie je welke vragen onder welk thema horen. 


STUDENTENOORDELEN KEUZEGIDS HBO 2019: Indeling thema’s
Hoofdthema en weging* Vraagnr Korte formulering
 1. INHOUD PROGRAMMA: 10%  Inh-1  Niveau van de stof
 Inh-4  Onderwijs stimulerend
 Inh-6  Samenhang programma
 Inh-7  Gehanteerde werkvormen
 Uitd-1  Uitgedaagd ’t beste uit jezelf te halen
 2. TOETSING: 10%  Toe-1  Duidelijke criteria
 Toe-2  aansluiting op de stof
 Toe-4  Toetsing op kennis/inzicht
 Toe-5  Toetsing vaardigheden
 3. DOCENTEN: 10%  Doc-1  Docenten deskundig
 Doc-2  Didactische kwaliteit docenten
 Doc-5  Begeleiding docenten
 Doc-6  Feedback van docenten
 4. VAARDIGHEDEN: 10%  AIV-1  Stimuleren kritische houding
 AIV-3  Leer probleemoplossen
 AIV-4  Onderbouwen conclusies
 Wetv-1  Analytisch denken
 Wetv-2  Onderzoek lezen/beoordelen
 5. VOORBEREIDING LOOPBAAN: 10%  VbB-1  Opdoen vaardigheden beroep
 VbB-2  Praktijkgerichtheid
 VbB-3  Contact Beroepspraktijk
 6. FACILITEITEN: 10%  Sfa-1  Kwaliteit onderwijsruimten
 Sfa-3 Werkplekken zelfstudie
 Sfa 5 Bibliotheek
 Sfa-6  ICT-faciliteiten
 Sfa-7  Digitale leeromgeving
 * De studentenoordelen wegen samen voor 60% mee in de ranglijsten van de Keuzegids.

Het thema begeleiding is niet meegeteld, om ruimte te maken voor de oordelen over het aantal contacturen.

De studentenoordelen zijn gebaseerd op resultaten van de Nationale Studenten Enquête (NSE) 2016 tm 2018. Het betreft eigen selecties en bewerkingen van deze oordelen, afkomstig uit het “landelijk benchmarkbestand” uit juni 2018. De oordelen zijn niet 1-op-1 af te leiden uit publicaties.

Voor instellingen die interesse hebben in gedetailleerde rapportage over sterke en zwakke punten van opleidingen (inclusief meerjarige trend) bestaat de mogelijkheid om speciale benchmarkrapporten te bestellen.

Onze bewerkingsstappen
Onze bewerking van de studentenoordelen omvat de volgende stappen:

  1. Berekening van gemiddelde vraagscores per opleiding
  2. Berekening landelijk Hbo-gemiddelde per vraag – met weging op basis van populatieverhoudingen
  3. Selectie van 29 representatieve vragen, met optimale aansluiting op vragen uit het verleden
  4. Schrappen of bundelen (2 of 3 enquêtejaren, of verwante opleidingen) van alle oordelen met te kleine steekproef of te grote onbetrouwbaarheid
  5. Ordening in 6 hoofdthema’s + berekening van themascores per opleiding/groep opleidingen
  6. Bepaling klassengrenzen per hoofdthema, voor +/- scores in de Keuzegids
  7. Toepassing klassenindeling
  8. Controle kansverdeling
  9. Verwerking in de rankingtabellen, samen met studiesuccescijfers en accreditatiescores.

In stap 4 zijn wij strenger dan andere rapportages over de Nationale Studenten Enquête. Dit betekent dat op de websites van Studiekeuze123 en in de jaarlijkse uitgave van Elsevier sommige opleidingen een oordeel krijgen op een volgens ons te smalle statistische basis. In stap 3 en 5 destilleren wij uit een veelheid van 100 enquêtevragen de essentie over onderwijskwaliteit.

Alle oordelen zijn steeds vergeleken met het landelijke HBO-gemiddelde. Hier geven wij de klassengrenzen per hoofdthema. De scores zijn weliswaar afgeleid van de 5-puntsschaal van de Nationale Studenten Enquête, maar in de Keuzegids worden de verschillen uitvergroot. Elke kwaliteitsklasse is daarbij 0,2 tot 0,3 punt breed. Deze klassenbreedte is ontleend aan de standaarddeviaties en betrouwbaarheidsmarges van alle oordelen.

Normen studentenoordelen Keuzegids HBO 2019
Oordeel Gemidd St. Dev. – – – – – o + + +
 Inhoud 3,66 0,25 < 3,035 3,035 – 3,284 3,285 – 3,534 3,535 – 3,784 3,785 – 4,034 > 4,035
 Toetsing 3,62 0,24 < 3,020 3,020 – 3,259 3,260 – 3,499 3,500 – 3,739 3,740 – 3,979 > 3,979
 Docenten 3,63 0,29 < 2,905 2,905 – 3,194 3,195 – 3,484 3,485 – 3,774 3,775 – 4,064 > 4,064
 Vaardigheden 3,74 0,21 < 3,215 3,215 – 3,424 3,425 – 3,634 3,635 – 3,844 3,845 – 4,054 > 4,054
 Voorb. loopbaan 3,71 0,33 < 2,885 2,885 – 3,214 3,215 – 3,544 3,545 – 3,874 3,875 – 4,204 > 4,204
 Faciliteiten 3,54 0,29 < 2,815 2,815 – 3,104 3,105 – 3,394 3,395 – 3,684 3,685 – 3,974 > 3,974

Voor alle hoofdthema’s geldt een vergelijkbare kansverdeling van de verschillende scores. Elke opleiding heeft bijna 40% kans op een gemiddelde score (”o”), bijna 25% kans op een enkele min (“-“) en idem op een enkele plus (“+”)’. De kans op een sterk positieve of negatieve score is tweemaal ruim 5%. Hieronder geven wij de frequentieverdeling van alle scores in de Keuzegids – inclusief die voor studiesucces en expertoordelen (zie hierna). Het is geen toeval dat het aantal positieve oordelen groter is dan het aantal negatieve. Positieve oordelen vallen vaker bij kleine opleidingen, en negatieve oordelen vaker bij grote opleidingen. Het rechter- en linkerdeel van de grafiek representeren dus een even groot aantal studenten.

Weer naar boven


Expertoordelen

Wat zijn expertoordelen?
De expertoordelen komen van de keuringsinstantie NVAO, die eens in de zes jaar elke opleiding beoordeelt. De meeste opleidingen worden gewoon goedgekeurd, dus alleen als de experts bijzonder onder de indruk waren van het programma, tonen wij een plusje in de tabel.

Expertoordelen Keuzegidsen 2019: criteria en normstelling
Het ‘expertoordeel’ in de Keuzegidsen is gebaseerd op de oordelen uit NVAO-accreditatiebesluiten. Omdat de aanpak van de NVAO elke paar jaar verandert – en oude oordelen minstens zes jaar geldig blijven – hebben we te maken met allerlei soorten accreditatiebesluiten, met elk net weer verschillende facetoordelen. Hier focussen we op de meest gangbare types:

  • UT=Uitgebreide Toets. 11 of 16* beoordeelde facetten + 1 totaaloordeel
  • BT=Beperkte Toets. 4 of 3* beoordeelde onderwerpen, 1 totaaloordeel

*) Tot medio 2016 werd er in de UT een groter aantal facetten beoordeeld. En in de BT werden ‘kwaliteit toetsing’ en ‘gerealiseerd eindniveau’ samen beoordeeld. Bij de ‘toets nieuwe opleidingen’ (TNO) gebruikt de NVAO nog iets aangepaste criteria; dit heeft echter geen invloed op onze verwerking.

De Keuzegids haalt uit deze twee typen NVAO-oordelen een vaste set criteria en gebruikt die voor het ‘expertoordeel’ – zodat we het steeds over dezelfde kwaliteiten hebben.

We onderscheiden 4 oordelen:

  • A. Doelstelling: beoogde eindkwalificaties
  • B. Programma en onderwijsleeromgeving
  • C. Toetsing en gerealiseerd eindniveau
  • D. Totaaloordeel

Bij de beperkte toets (BT) van de NVAO zijn deze oordelen makkelijk te vinden. Alleen het onderwerp C is sinds medio 2016 gesplitst in twee oordelen; wij nemen hiervan het gemiddelde. Bij de uitgebreide toets (UT) zijn de onderwerpen A, C en D eenduidig. Alleen bij onderwerp 2 is het iets ingewikkelder. Hier gebruikt de Keuzegids 5 criteria:

(B) Programma en onderwijsleeromgeving in UT:

  • B1. Oriëntatie van het programma
  • B2. Inhoud van het programma
  • B3. Vormgeving van het programma
  • B4. Kwaliteit van het personeel (of: ‘het personeel is gekwalificeerd’)
  • B5. Materiële voorzieningen (of: ‘huisvesting en materiële v..’)

Scores per onderwerp
De NVAO geeft per deelonderwerp (of: facet) oordelen. Wij vertalen deze als volgt in scores:

Onvoldoende 1
Deels voldoende* 2,5
Voldoende 3
Goed 4
Excellent 5
 * Dit omvat zowel Voldoende ten delen, als Voldoende/Positief onder Voorwaarde.

Bij onderwerpen met twee of meer criteria geldt het gemiddelde van de facetscores als het NVAO-oordeel.

Berekening expertoordeel Keuzegids
Ons expertoordeel wordt gebaseerd op de vier oordelen A t/m B. We tellen de vier scores op. Dit levert een tussenscore op. Hier laten we de volgende normen los.

Normering expertoordeel
Klasse  Betekenis Tussenscore
 ondergemiddeld < 12
o  gemiddeld 12 – 14,1
+  bovengemiddeld 14,2 – 16
+ +  sterk bovengemiddeld > 16,1

NB: Een opleiding met louter voldoendes krijgt als tussenscore: 4 x 3 = 12 punten. Een opleiding met louter ‘goed’ krijgt als tussenscore: 4 x 4 = 16 punten. Dit is bovengemiddeld. Met nog één excellent onderdeel verdient de opleiding een dubbele plus.

 

Weer naar boven

Totaalscore/ oordeel

De tabellen staan vol plusjes, minnetjes en o’tjes, die aangeven of een opleiding beter, slechter of gelijk aan de gemiddelde hbo-opleiding scoort. Ook zie je het eindoordeel uitgedrukt in nul tot vijf sterren. Bovendien zijn opleidingen met een eindoordeel van 75 punten of meer ‘topopleiding’. Dit kun je zien aan een medaille voor de tabel.

Kijk bij de tabellen niet puur naar welke opleiding bovenaan staat. Je kunt namelijk ook zien hoeveel kwaliteitsverschil er is tussen de opleidingen. Zo kan een opleiding als laatste eindigen en toch prima onderwijs bieden of kunnen juist alle opleidingen, inclusief de opleiding die bovenaan staat, van mindere kwaliteit zijn.


Totaalscore

Samengevoegd zijn er nu 10 thema’s: 2 vanuit de rendementcijfers van de Vereniging Hogescholen (prestaties), 7 vanuit de Nationale Studenten Enquête van Studiekeuze123 (contacturen t/m faciliteiten) en 1 vanuit de NVAO accreditatierapporten (expertoordeel). Al deze thema’s tellen even zwaar mee.

Voor de ranglijsten van deze Keuzegids zijn originele gegevens omgerekend naar een 6-puntsschaal, die loopt van (- – -) via o tot (++).

Dit houdt in dat elk thema een score krijgt met een waarde tussen de 0 (- – -) en de 10 (++). Waarbij de 6 (o) voor een neutrale score staat.

  • De totaalscore is het totaal van alle themascores

Het resultaat is een cijfer op een schaal van 0 tot 100. De gemiddelde opleiding scoort ongeveer 60 punten.


Totaaloordeel

Het totaaloordeel is een afgeleide van de totaalscore. Hoe hoger de score, hoe hoger het oordeel.
De classificatie van het oordeel is als volgt:

Classificatie totaaloordeel
 Totaalscore  Classificatie  Oordeel
< 46  zwak ☆☆☆☆☆
46 – 55  matig ★☆☆☆☆
56 – 65  voldoende ★★☆☆☆
66 – 75  goed ★★★☆☆
76 – 85  zeer goed ★★★★☆
> 85  uitstekend ★★★★★

 

Weer naar boven

Arbeidsmarkt

Bij elk vakartikel in de Keuzegids vind je cijfers over de baankansen na je studie. Ze komen uit de grote enquête onder pas (sinds 1,5 jaar) afgestudeerden, de HBO-Monitor. Wij wilden die gegevens zo verwerken dat je een eerlijke vergelijking tussen de studies krijgt. Dat gaat niet vanzelf, maar met steun van het onderzoeksinstituut ROA van de Universiteit Maastricht is dat toch gelukt. Hier een uitleg over de hoofdpunten.

 

Weer naar boven

Aan het werk


In de enquête van de HBO-monitor wordt er gevraagd naar de situatie van de afgestuurde op het moment van enquêteren, dus anderhalf jaar na het afstuderen. Wanneer de afgestudeerde aangeeft werkzaam te zijn, wordt er ook gevraagd naar het aantal uren dat hij werkt per week.
Wij tellen alleen werkenden die minstens 12 uur per week werkzaam zijn als “werkenden”. Deze grens hanteren wij om onterechte verschillen tussen hbo en wo weg te nemen. De Nationale Alumni Enquête, onze bron voor de arbeidsmarktgegevens van het wo, hanteert namelijk de grens van 12 uur/ week.

Weer naar boven

Werk op hbo-niveau


Aan afgestudeerden wordt gevraagd welk opleidingsniveau er vereist was voor hun huidige functie. Als dit tenminste het eigen opleidingsniveau was, telt iemand mee voor het vermelde percentage “op niveau”. Dit is een percentage van het totaal aantal afgestudeerden die hebben aangegeven voor minstens 12 u/ week werkzaam te zijn.

 

Weer naar boven

Bruto maandsalaris


Dit wil je echt eerlijk vergelijken. Toch werden in rapportages over salarissen van hbo’ers en wo’ers tot nu toe flink verschillende berekeningen gehanteerd. Wij hebben dat gelijkgetrokken:

  • “Afgestudeerd” is in bezit zijn van een hbo-bachelor.
  • je moet 12 uur per week betaald werk hebben om mee te tellen (zie boven)
  • Werkelijk verdiend inkomen. Dus bij parttime geen omrekening naar fulltime bedragen.
  • Inclusief neveninkomsten. Dus niet alleen arbeidscontract, maar ook freelance en overwerk enz.
  • Landelijke cijfers per vakgebied. Dus geen uitsplitsing van cijfers tussen sterk verwante masters, op basis van kleine steekproefaantallen. Dat geeft louter schijnprecisie.
  • Gemiddelde, zonder extremen. We schrappen zeldzame ‘uitbijters’. Omdat ze onwaarschijnlijk zijn, en de statistiek van één vakgebied scheef kunnen trekken.

 

Weer naar boven

Blij met startpositie?


Aan het eind van beide enquêtes komt de vraag: “Vormde je opleiding een goede basis voor je start op de arbeidsmarkt?”. De Keuzegids vermeldt per vakgebied het percentage afgestudeerden dat hier “goed” of “zeer goed” zegt.

 

Weer naar boven

Baankansen tot 2022


Alle hiervoor vermelde cijfers komen zoals gezegd van pas afgestudeerden. Maar wie zegt er dat de situatie nog precies hetzelfde als jij afstudeert – over vier of vijf jaar? Daarom vind je bij elk artikel ook een prognose: “baankans tot 2020”. Die komt van een instituut (ROA) dat hier al jaren studie naar doet. Natuurlijk kunnen ook zij niet alles precies voorspellen.. Maar wel weten ze hoeveel mensen er gaan afstuderen, hoeveel er met pensioen gaan en wat de kansen zijn dat een beroep groeit of krimpt. Dat levert per vakgebied een bruikbaar ‘weerbericht’ af en dat nemen we al jaren in deze gids op.

 

Weer naar boven

Ranking in artikel “De beste scholen”

Voorin deze Keuzegids staan ook ranglijsten met totaalscores voor complete instellingen. Maar hoe kan je instellingen met een heel verschillend studie-aanbod op een eerlijke manier met elkaar vergelijken? Dat wordt gedaan met een speciale berekening:

  • Instellingsscore = 60 +/- afwijkingsscore

Er is gekozen voor de neutrale score van 60, omdat dit de totaalscore is wanneer je op elk thema een “o” scoort: de ultieme gemiddelde score.
De instellingscore en de totaalscore van de opleidingen hebben zo een vergelijkbare scoring.

De afwijkingsscore wordt als volgt berekend:

  • Stap 1 opleidingen vergelijken met verwante opleidingen.

Er wordt eerst per opleiding van de betreffende instelling gekeken hoe deze scoort vergeleken met het landelijke gewogen gemiddelde.
Een gewogen gemiddelde houdt in dat er bij het berekenen van het gemiddelde rekening gehouden wordt met de grootte van, in dit geval, de opleiding.

Bijv. de master geneeskunde van instelling X scoort 66 punten, 4 punten onder het Geneeskunde-gemiddelde.

  • Stap 2 Elke opleiding weegt zo zwaar als hij groot is.

Het verschil hierin wordt vermenigvuldigd met het aantal studenten die deze opleiding volgt.

Bijv. de master geneeskunde heeft 1000 studenten. 1000 *- 4 = – 4000. In stap 2 krijgt de master geneeskunde – 4000 punten.

  • Stap 3 Alle opleidingen worden opgeteld.

De punten van alle opleidingen van de betreffende instelling worden bij elkaar opgeteld.

Bijv. instelling X heeft drie opleidingen:
De master geneeskunde scoort 66 punten, 4 punten onder het gemiddelde. Er zijn 1000 studenten.

– De master communicatie scoort 68 punten, 6 punten boven het gemiddelde. Er zijn 500 studenten.
– De master psychologie scoort 64 punten, 4 punten boven het gemiddelde. Deze opleiding telt 2000 studenten.

– Genees: – 4 x 1000 = – 4000 punt
– Comm: + 6 x 500 = + 3000 punt
– Psych: + 4 x 2000 = + 8000 punt

Totaal: – 4000 + 3000 + 8000 = 7000 punten

  • Stap 4 De afwijkingsscore wordt berekend.

Om op een gewogen afwijkingsscore te komen, wordt in de laatste stap het totaal gedeeld door het aantal studenten van alle opleidingen van de instelling.

Bijv. bovenstaande universiteit heeft 7000 punten in totaal en 3500 studenten verdeeld over de opleidingen.
7000 / 3500 = 2.
De afwijkingsscore = + 2.
De instellingsscore = 60 + de afwijkingsscore, dus voor instelling X is de instellingsscore 62.



Weer naar boven