Methodiek Keuzegids Hbo 2017: Gebruikte gegevens en bronnen

De gegevens in de tabellen “De opleidingen vergeleken” komen uit de volgende bronnen. Per bron geven we ook een korte toelichting.

Feiten per opleiding/vestiging

1. Collegegeld per jaar

Vermeld is het tarief voor voltijdstudenten in hun ‘eerste studie’ in studiejaar 2017/2018. Bij de bekostigde hogescholen is dit vrijwel steeds het wettelijk collegegeld*. Dit is 2006 euro. In enkele gevallen mogen bekostigde instellingen van dit tarief afwijken. Dan is dit vermeld.

Bij particuliere opleidingen varieert de prijs van een jaar studeren van 2.000 tot 16.000 euro. Deze gegevens heeft de gidsredactie systematisch verzameld bij de betreffende particuliere scholen.

*) Voor een ‘tweede studie’ geldt meestal het hogere instellingscollegegeld. Een uitgebreid overzicht van de tarieven per hogeschool vind je op www.studie-kosten.nl

2. Instroom: eerstejaars voltijd

Deze cijfers, met peildatum 1 oktober 2015, zijn voor het bekostigde hbo afkomstig van de Vereniging Hogescholen. De cijfers betreffen dit jaar alleen de voltijd-opleidingen^, maar omvatten wel de ‘omzwaaiers’ die als eerstejaars bij de betreffende studie instromen. Bij opleidingen waar deze cijfers ontbraken, zijn ze vooral aangevuld uit een van deze twee bronnen:

  • Bij een kleine groep particuliere hogescholen: levering door de instelling zelf (TIO, IVA, TMO, TNS, Da Vinci)
  • Bij andere opleidingen, als ze deelnamen aan de Nationale Studenten Enquête: schatting van de instroom op basis van populatie-aantallen.

Bij opleidingen die louter in deeltijd of duaal worden aangeboden, is voor zover beschikbaar het aantal eerstejaars in de betreffende variant vermeld.

3. Numerus Fixus en selectie: nieuwe aanpak

Vanaf studiejaar 2017/’18 bestaat er geen landelijke loting meer in het hoger onderwijs. Opleidingen met een studentenstop of Numerus Fixus gaan zelf selecteren. Wij hebben de gegevens hierover direct betrokken van de hogescholen zelf.

Per 1 september moesten alle hogescholen en universiteiten hun fixus-studies en bijbehorende selectieprocedures bekend maken. Dat bleek begin september nog niet helemaal gelukt. In de gedrukte versie van deze gids wordt de stand van zaken steeds per vakgebied samengevat in de tabel “Feiten”. In de online versie wordt vanaf 5 oktober bij alle opleidingen exact aangegeven of er sprake is van selectie.

Prestaties en oordelen per opleiding/vestiging

4. Studiesucces

Twee van onze beoordelingscriteria betreffen cijfers over het studiesucces van ingestroomde studenten per opleiding. Deze zijn gebaseerd op onderwijsstatistieken van de Vereniging Hogescholen, peildatum oktober 2014. Bij grotere opleidingen (instroom >40) is alleen gerekend met de meest recente jaargang studenten, bij kleinere zijn twee of zelfs drie jaargangen meegeteld. Als de totale instroom kleiner dan 20 was, is geen score berekend (nb=niet beschikbaar).

a.  Survival 1e jaar – vernieuwd

Dit betreft de ‘niet uitval’ in het eerste jaar. Hiervoor hebben wij een maatstaf ontwikkeld die het succes in het eerste jaar goed weergeeft.  We kijken niet zwartwit naar wel/niet doorgaan met studeren, maar wegen ook mee wáár de studenten doorstuderen. Doorgaan in dezelfde studie is het beste, omzwaaien naar een niet verwante studie telt voor 30% succes. Want dat is nog altijd beter dan helemaal stoppen met studeren. Het draait hier om de voltijd eerstejaars van 2014, die aan een eerste studie begonnen.

b.  Slagingspercentage na 5 jaar – vernieuwd

Dit is het percentage van alle voltijd eerstejaars dat na vijf jaar een hbo-diploma heeft behaald, ook als dat bij een andere opleiding is. Hier tellen we wel alle studiecarrières even zwaar. Een opleiding waar veel studenten volledig afhaken, wordt nu dus door de combinatie van criterium (a) en (b) strenger beoordeeld dan één waar studenten met succes overstappen naar een andere studie.

Ook hier zijn de gegevens gebruikt van de meest recente jaargangen. De laatste betreft de eerstejaars van 2010, die in september 2015 vijf jaar gestudeerd hadden.

Beide soorten cijfers zijn ontleend aan bestanden die publiekelijk beschikbaar zijn  bij www.vereniginghogescholen.nl en daar de rubriek ‘feiten en cijfers’, subrubriek onderwijs. Bestanden ‘uitval’ en ‘studiesucces’.

c.  Contacturen: feit én oordeel

Hier baseren wij ons op een combinatie van twee gegevens uit de Nationale Studentenenquête:

  • De schatting die studenten zelf geven van het aantal uren per week dat ze contact met een docent hebben gehad. Studenten geven dit aan in grove categorieën.
  • Het antwoord van studenten of ze dit aantal uren (te) weinig, precies goed of (te) veel vinden.

Meer over het gebruik van deze gegevens vind je onder “berekeningen en normen“.

5. Studentenoordelen

Alle gepubliceerde studentenoordelen (en de schattingen van contacturen, zie hierboven) zijn ontleend aan de jaarlijkse Nationale Studentenenquête (NSE), die wordt georganiseerd door Stichting Studiekeuze123. Bij opleidingen van voldoende omvang betreft het alleen de oordelen uit 2016; bij kleinere opleidingen zijn voor de statistische betrouwbaarheid de oordelen van twee of zelfs drie jaar gebundeld. Enkele opleidingen zijn in 2016 niet onderzocht; ook daar is dan gebruik gemaakt van oordelen uit eerdere jaren.

De gidsredactie publiceert de oordelen in samengevatte vorm. Uit de bijna honderd oordeelsvragen van de NSE hebben wij er 33 geselecteerd en ingedeeld in 6 hoofdthema’s.

Technische toelichting over de exacte 33 vragen en de wijze van berekening is te vinden in het aparte document “berekeningen en normen“. Hier lichten we de inhoud van de hoofdthema’s toe:.

a. Onder ‘inhoud‘ vallen oordelen over het studieprogramma en de toetsing.

b. Onder ‘docenten‘ vallen inhoudelijke en didactische kwaliteit, maar ook begeleiding en feedback.

c. ‘Vaardigheden‘ omvat o.a. problemen oplossen, kritische houding, conclusies onderbouwen en het lezen van publicaties.

d. Bij ‘voorbereiding loopbaan‘ gaat het om praktijkgerichtheid, aandacht voor beroepsvaardigheden, contact met de beroepspraktijk.

e. Met ‘communicatie‘ bedoelen we de informatievoorziening aan studenten, maar ook begeleiding en behandeling van klachten.
e. Onder ‘faciliteiten‘ vallen de kwaliteit en beschikbaarheid van o.a. lesruimtes en ict-voorzieningen.

De oorspronkelijke studentenoordelen zijn gegeven als scores op een 5-puntsschaal (1 t/m 5). Hieruit worden per opleiding per vraag gemiddelde scores berekend. En uit deze gemiddelde vraagscore wordt ook weer een gemiddelde themascore berekend. Die kan bij het ene thema bijvoorbeeld 3,63 zijn en bij het andere 3,42.

In de tabellen in de Keuzegids staan niet deze gemiddelde themascores in honderdste punten. Wij geven bij elk thema met eenvoudige symbolen (van ‘- – -‘ naar ‘+++‘) aan hoe de opleiding het doet vergeleken met het landelijke hbo-gemiddelde.

Zie hiervoor ook het document “berekeningen en normen“.

7. Expertoordelen

Deze gegevens zijn ontleend aan de scores behorend bij accreditatiebesluiten van de nationale keuringsinstantie voor het hoger onderwijs, NVAO. (www.nvao.net)

Omdat het accreditatiestelsel in een overgangsfase zit, bestaan er verschillende soorten accreditatiebesluiten. De redactie van de Keuzegids heeft normen ontwikkeld om deze besluiten op enigszins vergelijkbare wijze samen te vatten.

De essentie hiervan is dat wij bij uitgebreide oordelen met 16 of 21 beoordeelde facetten precies die onderwerpen selecteren die ook de onderbouwing vormen van de ‘beperkte’ opleidingstoets. Hierbij wordt vooral zwaar getild aan het ‘niveau’ van het programma en de afgestudeerden en de kwaliteit van de toetsing. Dat zijn precies de zaken waar een deskundigenoordeel toegevoegde heeft vergeleken met de actuele ervaring van studenten.

Zie voor details het document berekeningen en normen op deze site.

 

De SKI-database

Een hulpmiddel voor de redactie van de Keuzegids is de Studiekeuzedatabase, die wordt samengesteld door  Studiekeuze123. Voor meer informatie, ga naar www.studiekeuzeinformatie.nl.

Deze database bevat het overzicht van opleidingen, waarop ook de website www.studiekeuze123.nl is gebaseerd. Wij gebruiken de database slechts voor enkele gegevens. In veel gevallen worden door ons meer actuele en vollediger gegevens direct van de bron betrokken (zie nvao, vereniging hogescholen, individuele instellingen). Zie de toelichting per gegevensset.

Zie verder:

Berekeningswijze en normen