Methodiek Keuzegids Hbo 2016: Gebruikte gegevens en bronnen

De gegevens in de tabellen “De opleidingen vergeleken” komen uit de volgende bronnen. Per bron geven we ook een korte toelichting.

Feiten per opleiding/vestiging

1. Collegegeld per jaar

Vermeld is het tarief voor voltijdstudenten in hun ‘eerste studie’ in studiejaar 2016/2017. Bij de bekostigde hogescholen is dit vrijwel steeds het wettelijk collegegeld. Dit is 1984 euro .

In enkele gevallen mogen bekostigde instellingen van dit tarief afwijken. Dan is dit vermeld.

Bij particuliere opleidingen varieert de prijs van een jaar studeren van 1.800 tot 14.000 euro. Deze gegevens heeft de gidsredactie systematisch verzameld bij de betreffende particuliere scholen.

2. Instroom: eerstejaars voltijd

Deze cijfers, met peildatum 1 oktober 2014, komen waar mogelijk uit de landelijke Studiekeuzedatabase, verzorgd door de stichting Studiekeuze123. Bij opleidingen waar deze cijfers ontbraken, zijn ze vooral aangevuld uit een van deze twee bronnen:

  • Bij bekostigde opleidingen: bestand “nw_instroom_web” van Vereniging  Hogescholen. Cijfers exclusief ‘wissel’-studenten en neven-inschrijvingen
  • Bij niet-bekostigde opleidingen: schatting op basis van populatiecijfers Nationale Studenten Enquête

Enkele niet-bekostigde scholen verstrekten zelf de betreffende gegevens (IvA, TMO, TNS).

Bij opleidingen die louter in deeltijd of duaal worden aangeboden, is voor zover beschikbaar het hierbij behorende aantal eerstejaars vermeld.

3. Loting/selectie – ZIE DE UPDATE IN JANUARI

Wij baseren deze gegevens elk jaar op informatie van DUO en van de instellingen zelf. Deze informatie verandert op dit moment echter elk jaar. De actuele situatie voor studiejaar 2016/2017 wordt pas in december/januari bekend. Wij nemen deze dan op in een apart supplement bij de Keuzegids, dat in januari gaat verschijnen.

[NB: de cijfers over de ‘prestatie-eis’ in het eerste jaar, vaak ook aangeduid met BSA (bindend studie-advies) zijn dit jaar niet opgenomen. De verschillen tussen hogescholen op dit punt zijn de laatste jaren kleiner geworden. Meestal moet je in het eerste jaar 45 tot 50 van de 60 studiepunten halen]  

Prestaties en oordelen per opleiding/vestiging

4. Studiesucces

Twee van onze beoordelingscriteria betreffen cijfers over het studiesucces van ingestroomde studenten per opleiding. Deze zijn gebaseerd op onderwijsstatistieken van de Vereniging Hogescholen, peildatum oktober 2014. Bij grotere opleidingen (instroom >40) is alleen gerekend met de meest recente jaargang studenten, bij kleinere zijn twee of zelfs drie jaargangen meegeteld. Als de totale instroom kleiner dan 20 was, is geen score berekend (nb=niet beschikbaar).

a.  Survival 1e jaar – vernieuwd

Dit betreft de ‘niet uitval’ in het eerste jaar. Hiervoor hebben wij een maatstaf ontwikkeld die het succes in het eerste jaar goed weergeeft.  We kijken niet zwartwit naar wel/niet doorgaan met studeren, maar wegen ook mee wáár de studenten doorstuderen. Doorgaan in dezelfde studie is het beste, omzwaaien naar een niet verwante studie telt voor 30% succes. Want dat is nog altijd beter dan helemaal stoppen met studeren. Het draait hier om de eerstejaars van 2013.

b.  Slagingspercentage na 5 jaar – vernieuwd

Dit is het percentage van alle eerstejaars dat na vijf jaar een hbo-diploma heeft behaald, ook als dat bij een andere opleiding is. Tot Keuzegidseditie 2014 keken we alleen naar het lot van diegenen die na een jaar nog steeds studeerden, nu tellen alle studenten mee. Een opleiding waar veel studenten volledig afhaken, wordt nu dus door de combinatie van criterium (a) en (b) strenger beoordeeld.

Ook hier zijn de gegevens gebruikt van de meest recente jaargangen. Het gaat dan vooral om de eerstejaars van 2009, die in september 2014 vijf jaar gestudeerd had.

Beide soorten cijfers zijn ontleend aan bestanden die publiekelijk beschikbaar zijn  bij www.vereniginghogescholen.nl en daar de rubriek ‘feiten en cijfers’, subrubriek onderwijs. Bestanden ‘uitval’ en ‘studiesucces’.

c.  Contacturen

Dit betreft het gemiddelde aantal contacturen per week dat studenten van de opleiding in de Nationale Studentenenquête hebben gerapporteerd. De gegevens komen uit dezelfde bron als de kwaliteitsoordelen van studenten over hun opleiding. Zie hierna.

5. Studentenoordelen

Alle gepubliceerde studentenoordelen (en de schattingen van contacturen, zie hierboven) zijn ontleend aan de Nationale Studentenenquête (NSE), versies 2013 t/m 2015. Bij opleidingen van voldoende omvang betreft het alleen de oordelen uit 2015; bij kleinere opleidingen zijn voor de statistische betrouwbaarheid de oordelen van twee of zelfs drie jaar gebundeld. Enkele opleidingen zijn in 2015 niet onderzocht; ook daar is dan gebruik gemaakt van oordelen uit 2014 (of ook 2013).

De gidsredactie publiceert de oordelen in samengevatte vorm. Uit de bijna honderd oordeelsvragen van de NSE hebben wij er 33 geselecteerd en ingedeeld in 6 hoofdthema’s.

Technische toelichting over de exacte 33 vragen en de wijze van berekening is te vinden in een apart document. Hier lichten we de inhoud van de hoofdthema’s toe:.
a. Onder ‘inhoud‘ vallen oordelen over het studieprogramma en de toetsing.

b. Onder ‘docenten‘ vallen inhoudelijke en didactische kwaliteit, maar ook begeleiding en feedback.

c. ‘Vaardigheden‘ omvat o.a. problemen oplossen, kritische houding, conclusies onderbouwen en het lezen van publicaties.

d. Bij ‘voorbereiding loopbaan‘ gaat het om praktijkgerichtheid, aandacht voor beroepsvaardigheden, contact met de beroepspraktijk.

e. Met ‘communicatie‘ bedoelen we de informatievoorziening aan studenten, maar ook begeleiding en behandeling van klachten.
e. Onder ‘faciliteiten‘ vallen de kwaliteit en beschikbaarheid van o.a. lesruimtes en ict-voorzieningen.

De oorspronkelijke studentenoordelen zijn gegeven als scores op een 5-puntsschaal (1 t/m 5). Hieruit worden per opleiding per vraag gemiddelde scores berekend. En uit deze gemiddelde vraagscore wordt ook weer een gemiddelde themascore berekend. Die kan bij het ene thema bijvoorbeeld 3,63 zijn en bij het andere 3,42/

In de tabellen in de Keuzegids staan niet deze gemiddelde themascores in honderdste punten. Wij geven bij elk thema met eenvoudige symbolen (van ‘- – -‘ naar ‘+++‘) aan hoe de opleiding het doet vergeleken met het landelijke hbo-gemiddelde.

Zie hiervoor ook het document “berekeningen en normen“.

7. Expertoordelen

Deze gegevens zijn ontleend aan de scores behorend bij accreditatiebesluiten van de nationale keuringsinstantie voor het hoger onderwijs, NVAO. (www.nvao.nl)

Omdat het accreditatiestelsel in een overgangsfase zit, bestaan er verschillende soorten accreditatiebesluiten. De redactie van de Keuzegids heeft normen ontwikkeld om deze besluiten op enigszins vergelijkbare wijze samen te vatten.

De essentie hiervan is dat wij bij uitgebreide oordelen met 16 of 21 beoordeelde facetten precies die onderwerpen selecteren die ook de onderbouwing vormen van de ‘beperkte’ opleidingstoets. Hierbij wordt vooral zwaar getild aan het ‘niveau’ van het programma en de afgestudeerden en de kwaliteit van de toetsing. Dat zijn precies de zaken waar een deskundigenoordeel toegevoegde heeft vergeleken met de actuele ervaring van studenten.

Zie voor details het document berekeningen en normen op deze site.

De SKI-database

Een nuttig hulpmiddel voor de redactie van de Keuzegids is de Studiekeuzedatabase, die wordt samengesteld door  Studiekeuze123. Voor meer informatie, ga naar www.studiekeuzeinformatie.nl.

Deze database bevat het overzicht van opleidingen, waarop ook de website www.studiekeuze123.nl is gebaseerd. Wij gebruiken de database voor een beperkt aantal gegevens. In veel gevallen worden door ons meer actuele en vollediger gegevens direct van de bron betrokken (zie duo, nvao, vereniging hogescholen). Zie de toelichting per gegevensset.

Zie verder:

Berekeningswijze en normen