De Keuzegids Mbo, waarvan de verschijning eind november nog veel stof deed opwaaien, begint de wind mee te krijgen. De ranglijsten in de gids kregen deze week bevestiging uit onverwachte hoek – de onderwijsinspectie. En de scholen gaan zelf meewerken aan betere cijfers over studiesucces.

IJsberg

Het zijn lastige tijden voor bezorgde schooldecanen en ouders van leerlingen in het vmbo. Bij welke mbo-instelling kan je nog rekenen op goed onderwijs? Een lijst ‘zeer zwakke’ opleidingen, gepubliceerd door de Inspectie van het Onderwijs, vergroot de twijfels nog eens.

In totaal stonden er 64 opleidingen op de zwarte lijst. Als je weet dat het mbo in totaal 11.000 opleidingen telt, lijkt dat weinig. Maar de onderwijsinspectie controleert niet altijd en overal. Ze doet aan ‘risicogericht toezicht’. Dat betekent dat ze haar intensieve controles alleen daar uitvoert waar al problemen vermoed worden. Bovendien zet de inspectie alleen opleidingen op de lijst waar geen snelle verbetering wordt verwacht. De lijst is dus vrijwel zeker het topje van een veel grotere ijsberg.

Nuttig

Maar hoe kan je als decaan of ouder dan een completer beeld krijgen van zwak – en graag ook sterk – in het mbo? Het antwoord is eenvoudig: sinds eind november bestaat er een onafhankelijke Keuzegids Mbo 2010, die over bijna alle mbo-scholen vergelijkende kwaliteitsinformatie geeft, per vakgebied. Daarbij is gebruik gemaakt van uitval- en succespercentages per instelling, en van de resultaten van de landelijke leerlingenenquête Job-ODIN.

Bij de verschijning van deze Keuzegids was er nog flink verzet van de branche-organisatie van Mbo-scholen, de MBO Raad. De resultaten van de leerlingenenquête zouden niet representatief zijn. En het studiesucces van de scholen zou niet eerlijk vergeleken zijn.

Maar intussen is er deze maand overleg geweest met de gidsredactie. De scholen gaan actief bijdragen aan eerlijk vergelijkbare cijfers, en ze gaan zorgen dat zoveel mogelijk leerlingen aan de enquêtes meedoen, zodat de resultaten ervan nog betrouwbaarder worden. Ook heeft de MBO Raad erkend dat de kern van de gids, de artikelen waarin opleidingen per vakgebied worden besproken en vergeleken, zeer nuttig en relevant is. Men was in november vooral geschokt door de samenvatting voorin de gids, waarin alle soorten scholen in één ranglijstje werden samengevat. Dit deel zal de redactie volgend jaar zeker aanpassen.

Zwak is zwak

Terug naar de zwarte lijst van de onderwijsinspectie. Was er met de Keuzegids in de hand al te voorzien dat deze opleidingen in de gevarenzone zitten? Jazeker, zo blijkt uit een gedetailleerde analyse die het onderzoeksteam van de Keuzegids heeft gemaakt. Een rapport hierover geeft alle details. De kern ervan is eenvoudig samen te vatten.

In totaal zijn zeventien afdelingen door zowel de Inspectie als de Keuzegids beoordeeld. Ook in de Keuzegids blijken die afdelingen op belangrijke punten gemiddeld duidelijk zwakker te scoren dan het mbo-gemiddelde. Vooral het oordeel van leerlingen over het onderwijs is daar negatiever. Bij de afdelingen op de zwarte lijst wordt duidelijk meer geklaagd over drie onderwerpen:

  • De lesroosters (9 opleidingen scoren lager dan gemiddeld; 1 scoort hoger)
  • De kwaliteit en inzet van docenten (7 laag, 3 hoog)
  • De studiebegeleiding (7 laag, 1 hoog)

Verder lijkt het er sterk op dat de afdelingen op de zwarte lijst een probleem hebben met massaliteit. Gemiddeld hebben ze 632 eerstejaars, tegen een landelijk cijfer van 252. Opvallend genoeg wijkt het percentage geslaagden bij deze afdelingen niet af van het gemiddelde mbo. Het probleem zit hem dus niet zozeer in de uitval, maar in het lage niveau van het onderwijs.

Wie zwak scoort bij de inspectie, scoort dus ook gemiddeld zwakker in de Keuzegids Mbo 2010. Vooral het oordeel van leerlingen blijkt een verrassend betrouwbare ‘brandmelder’.

Landelijk dekkend

Een van de kritieken op de rapportages van de Onderwijsinspectie is dat deze instantie alleen komt controleren als er al signalen zijn over kwaliteitsproblemen. Alom bestaat de indruk dat de problemen van het mbo veel groter zijn, maar de inspectie heeft geen aanpak (en geen menskracht) die een landelijk dekkend overzicht van sterke en zwakke opleidingen kan opleveren.

Voor wie toch een completer overzicht zoekt, biedt de Keuzegids uitkomst. In deze gids worden jaarlijks alle oordelen van de inspectie vermeld, maar dit wordt aangevuld met een landelijk dekkend overzicht van studiesucces en leerlingenoordelen over het onderwijs. En die laatste gegevens blijken meer te zeggen dan gedacht.

Behalve ouders en schooldecanen kan ook de Onderwijsinspectie zijn voordeel doen met de gegevens uit de Keuzegids. Want als de leerlingenoordelen – samen met sterk stijgende instroomcijfers – een zo goede brandmelder blijken te zijn, waarom zou de inspectie die oordelen dan niet ook als aanleiding gebruiken voor haar ‘risicogerichte’ controles? Natuurlijk zijn die oordelen geen laatste waarheid, maar ze dragen wel degelijk bij aan beter zicht op de toestand van het onderwijs.
 
Zie ook:
Voorbeeldartikel uit Keuzegids Mbo-Studies 2010